
Derde Principe: Er is bijna geen voedingsstof in dierlijk voedsel waarin niet beter voorzien wordt door planten.
Het eten van dieren is een totaal andere voedings-ervaring dan het eten van planten. De hoeveelheden en soorten voedingsstoffen in deze twee soorten voeding (zie schema hieronder) illustreren deze opvallende verschillen.
Schema: Voedingstoffen samenstelling van plantaardig en dierlijk voedsel (per 500 calorieen energie)
Plantaardig voedsel
Cholesterol (mg) –
Vet (g) 4
Proteinen (g) 33
Beta-caroteen (mcg) 29, 919
Vezels (g) 31
Vitamine C (mg) 293
Folate (mcg) 1168
Vitamine E (mg ATE) 11
IJzer (mg) 20
Magnesium (mg) 548
Calcium (mg) 545
(gelijke hoeveelheden van tomaten, spinazie, lima bonen, erwten en aardappelen)
Dierlijk voedsel
Cholesterol (mg) 137
Vet (g) 36
Proteinen (g) 34
Beta-caroteen (mcg) 17
Vezels (g) -
Vitamine C (mg) 4
Folate (mcg) 19
Vitamine E (mg ATE) 0.5
IJzer (mg) 2
Magnesium (mg) 51
Calcium (mg) 252
(gelijke hoeveelheden runder- en varkensvlees, kip en volle melk)
Zoals je kunt zien bevat plantaardige voeding dramatisch meer antioxidanten, vezels en mineralen dan dierlijke voeding. In dierlijk voedsel ontbreekt het in feite bijna compleet aan verscheidene van deze voedingsstoffen. Aan de andere kant bevat dierlijke voeding veel meer cholesterol en vet. Het bevat ook iets meer proteïnen dan plantaardig voedsel, samen met meer B12 en vitamine D, alhoewel de vitamine D voornamelijk toegevoegd wordt aan melk. Natuurlijk zijn er enkele uitzonderingen: sommige noten en zaden bevatten veel vet en proteïnen (met name pinda’s en sesamzaad), terwijl sommige dierlijke voedingsstoffen weinig vet bevatten, vanwege het feit dat ze van hun vet zijn ontdaan door een artificieel proces (m.n. magere melk). Maar als je wat beter kijkt zie je dat het vet en de proteïnen van noten en zaden verschillend zijn: ze zijn gezonder dan het vet en de proteïnen van dierlijk voedsel. Ze worden ook vergezeld van enkele interessante antioxidant substanties. Daar staat tegenover dat bewerkte vet-arme dierlijke voeding nog steeds wat cholesterol bevat, een hoop proteïnen en heel weinig tot nul antioxidanten en vezels, net zoals het overige dierlijke voedsel. Omdat voedingsstoffen in de eerste plaats verantwoordelijk zijn voor de gezonde effecten van voeding en vanwege deze grote verschillen in de samenstelling van voedingsstoffen in dierlijk en plataardig voedsel, zou het dan niet voor de hand liggen om aan te nemen dat we significant verschillende effecten zouden waarnemen op onze lichamen, afhankelijk van het soort menu dat we consumeren.
Een scheikundige bestanddeel van het voedsel moet aan twee voorwaarden voldoen om een essentiele voedingsstof te zijn:
- het scheikundige bestanddeel is noodzakelijk voor het functioneren van het menselijk lichaam
- het scheikundig bestanddeel moet iets zijn dat ons lichaam niet zelf kan aanmaken, en daarom uit een externe bron onttrokken moet worden.
Een voorbeeld van een scheikundig bestanddeel dat niet essentieel is is cholesterol, een component van dierlijk voedsel dat afwezig is in plantaardig voedsel. Cholesterol is essentieel voor de gezondheid, maar ons lichaam maakt alles aan wat we nodig hebben; we hebben niets extra’s nodig uit voeding. Daarom is het ook geen essentiele voedingsstof.
Er zijn vier voedingsstoffen uit dierlijke bron, die grosso modo afwezig zijn in plantaardig voedsel: cholesterol en vitaminen A, D en B12. Drie hiervan zijn niet-essentiele voedingsstoffen. Zoals boven uiteengezet, cholesterol wordt op natuurlijke wijze aangemaakt door ons lichaam. Vitamine A wordt aangemaakt door ons lichaam uit beta-caroteen, en vitamine D wordt aangemaakt door ons lichaam eenvoudigweg door onze huid bloot te stellen aan 15 minuten zonneschijn om de paar dagen. Beide vitaminen zijn giftig wanneer ze geconsumeerd worden in grote hoeveelheden. Dit is een aanwijzing dat het beter is om te vertrouwen op de vitamine-verschaffers beta-caroteen en zonneschijn, zodat ons lichaam zelf de timing kan controleren en de hoeveelheden vitamine A en D die nodig zijn.
Vitamine B12 ligt iets problematischer. Vitamine B12 wordt gemaakt door micro-organismen die in de bodem worden aangetroffen en door micro-organismen in de ingewanden van dieren, inclusief die van onszelf. De hoeveelheid die in onze ingewanden wordt gemaakt kan niet adequaat worden geabsorbeerd, zodat wordt aangeraden B12 uit voedsel te ontrekken.
Onderzoek heeft overtuigend aangetoond dat planten die groeien in gezonde bodem met een hoge concentratie B12, deze voedingstof voldoende absorberen.. Echter, planten die groeien in “levenloze” aarde (niet-organische bodem) hebben een tekort aan vitamine B12. In de Verenigde Staten heeft het grootste deel van de landbouw plaats op relatief levensloze bodem, gedecimeerd door jarenlang gebruik van pesticiden, herbiciden en kunstmest. Daarom komen de groenten die op deze bodem worden gekweekt en in onze supermarkten worden verkocht tekort aan vitamine B12. Daarbovenop leven we in zo’n smetteloze wereld dat we nog zelden in direct contact komen met de micro-organismen uit de grond die vitamine B12 produceren. Ooit in het verleden kregen we B12 uit groenten die niet ontdaan waren van alle aarde. Het is om die reden niet onredelijk om te beweren dat moderne Amerikanen die goed schoongemaakte plantaardige producten eten en geen dierlijke producten, waarschijnlijk niet genoeg vitamine B12 binnen krijgen.
Alhoewel de obsessie van onze maatschappij met voedings-supplementen, de aandacht afleid van andere, veel belangrijkere voedingsinformatie, kun je niet zeggen dat supplementen ten alle tijden vermeden moeten worden. Naar schatting kunnen we drie jaar mee met de vitamine B12 die opgeslagen is in ons lichaam. Als je langer dan drie jaar geen vlees hebt gegeten, of wanneer je zwanger bent, of borstvoeding geeft, kun je overwegen een B12 supplement (kleine dosis) in te nemen. Je kunt ook een keer per jaar naar de dokter gaan om je bloedwaarden te meten op B vitaminen en homocysteine. Evenzo zou je een vitamine D supplement kunnen innemen bij gebrek aan zonneschijn, vooral in de wintermaanden. Ik raad je aan de kleinste hoeveelheid te nemen en er meer werk van te maken om naar buiten te gaan. Ik noem deze supplementen “verwijdering van de natuur pillen”, omdat een gezond dieet van verse, biologische, plantaardige voeding uit rijke aarde en een levensstijl die je vaak buitenshuis brengt, het beste antwoord is op deze problemen. Terugkeren naar onze natuurlijke levenswijze op deze kleine schaal geeft bovendien talloze andere voordelen.
Uit: The China Study, door T. Colin Campbell en Thomas M. Campbell (Benbella Books, 2006)


